<html>
<head>
<meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=ISO-8859-1">
</head>
<body text="#000000" bgcolor="#FFFFFF">
Beste Piraten,<br>
<br>
Dit weekend las ik op pagina 3 van de bijlage "Opinie en Debat" van
het NRC Handelsblad een column van een troela die kennelijk in de
academische wereld actief is (ze is moleculair microbioloog).<br>
<br>
Ik vind alleen haar uitspraak:<br>
"Gratis toegang tot vakliteratuur is een marginale strijd,
uitgevochten door een nieuw soort fundamentalist met weinig
realiteitszin."<br>
die duidelijk op Aaron Swartz slaat, buitengewoon ongenuanceerd. Ik
zou best een ingezonden brief naar het NRC willen sturen, maar ik
ben totaal niet bekend met vakliteratuur in de academische wereld
zoals JSTOR, en vraag me af of iemand hier tijd en zin heeft om
inhoudelijk hierop te reageren. Mag van mij ook nog eens namens de
Piratenpartij. :-)<br>
<br>
/Robert<br>
<br>
(volgt nu column Rosanne Hertzberger uit NRC 26/27 januari 2013)<br>
<h2>Over open access spraken wij niet <br>
</h2>
<span class="image-block"><span class="caption"><span class="grey"></span></span>
</span>
<p class="by"><span class="grey"> <span class="person"> Rosanne
Hertzberger</span></span> | <nobr>pagina 2 - 3</nobr></p>
<div class="columns">
<div class="column-left">
<p>I<em> am pleased to inform you that your manuscript has been
deemed suitable for publication in PLOS ONE.</em></p>
<p>Ik kan moeilijk uitleggen hoe groot de euforie was toen ik
deze e-mail kreeg. Mijn paper was geaccepteerd. Begin vorig
jaar stuurden we het naar <em>Applied and Environmental
Microbiology</em>. Daar werd het onmiddellijk afgewezen. Na
wat aanpassingen stuurden we het naar <em>PLOS One</em>, met
een iets lagere <em>impact factor</em>. Daar verscheen
commentaar van twee anonieme peers. Dit hebben we punt voor
punt beantwoord, met een extra experiment, een grafiek,
tekstuele aanpassingen, of met een weerwoord. Toen werd het
geaccepteerd. Een jaar nadat het experimentele werk voltooid
was, trakteer ik taart bij de koffie. Uiteindelijk is
wetenschap pas wetenschap als het in een tijdschrift staat.</p>
<p>Ik realiseerde me tijdens dit publicatieproces dat elk stapje
onderwerp is van een eindeloze hoeveelheid aan debat. Zo is er
discussie over de vraag of wetenschappers moeten worden
afgerekend op hun publicaties – zoals nu gebeurt – of alleen
op de waarde van hun werk, en zo ja, hoe je dat dan meet. Er
is debat over het rangschikken van tijdschriften en hoe
arbitrair een <em>impact factor</em> is. Er is debat over de
waarde van peer-review en het gevaar van de anonimiteit ervan.
Vervolgens is er ook nog debat over voor wie wetenschap
toegankelijk moet zijn, en zo ja, wie er dan voor de
publicatie moet betalen. Elke stap die je zet, bevat wel
ergens een of andere ethische kwestie – alsof je, gesponsord
door Shell, in een ontwikkelingsland, met behulp van
proefdieren onderzoek doet naar een nieuwe genetisch
gemanipuleerde gewas (in plaats van onderzoek naar onschuldige
bacteriën).</p>
<p>Ik leerde twee dingen van deze ervaring. Ik leerde dat het
debat verre van pragmatisch is. Ik zou me zeker druk hebben
gemaakt over een eventuele betaalmuur voor het artikel als ik
de schade ervan zou kunnen inzien – als de inhoud ervan
bijvoorbeeld direct van belang zou zijn voor de maatschappij.
Dat is niet zo. Dit artikel bestaat uit tien kantjes jargon
over een bij u onbekend enzym dat een rol speelt in een bij u
onbekend metabolisme van een bij u onbekende melkzuurbacterie.
De enige mensen die dit willen lezen, werken aan iets
vergelijkbaars bij een bedrijven en universiteiten die een
abonnement hebben op dit soort tijdschriften.</p>
<p>Het belangrijkste dat <em>open access</em> verandert, is dat
de lezer er niet voor hoeft te betalen, maar de auteur.
Aangezien in de wetenschappelijke wereld die lezer en auteur
doorgaans dezelfde mensen zijn, verandert er dus nauwelijks
iets. Natuurlijk kun je dan nog discussiëren over hoeveel
winst die uitgevers mogen maken en wat die abonnementen moeten
kosten, maar dat is net zo’n urgente discussie als de vraag
hoeveel winst de leveranciers van chemicaliën en pipetpuntjes
zouden mogen maken.</p>
<p>Hiertegenover staat een echte revolutie in openheid en
toegankelijkheid van de academische wereld, een revolutie die
de belangrijkste publieke taak van de universiteit volstrekt
openbaar heeft gemaakt, en dat is het onderwijs. Honderden
uren hoorcolleges van topuniversiteiten zijn gratis online
beschikbaar. U moet dus misschien betalen om meer te weten te
komen over de precieze rol van een eiwit in het metabolisme
van een melkzuurbacterie, maar u kunt wel een volledige cursus
moleculaire biologie van Berkeley volgen vanuit uw huiskamer.
Wat mij betreft is dit de enige echte relevante openheid voor
het publiek. Gratis toegang tot vakliteratuur is een marginale
strijd, uitgevochten door een nieuw soort fundamentalist met
weinig realiteitszin.</p>
<p>Dat was het tweede dat ik leerde. Een debat over publiceren
is pas relevant als het de gemiddelde publicerende
wetenschapper aanspreekt. Daarom wordt er wél veel nagedacht
over kwesties waarvan iedereen de ethiek begrijpt –
wetenschappelijke integriteit, dierproeven, samenwerking
tussen industrie en academie – maar hebben we het tijdens het
publicatieproces niet één keer gehad over <em>open access</em>.
Dit gebeurt nu eenmaal met vraagstukken waarin de ethiek het
rechtvaardigheidsgevoel en normbesef van de gemiddelde
wetenschapper ontstijgt. Dat soort dingen besteden we uit.
Zulke specialistische zaken laten we, net als ICT en
personeelsbeleid, aan andere mensen over.</p>
</div>
</div>
</body>
</html>